Hoezo ons lichaam bestaat uit meerdere soorten vet ?

Geplaatst op

Hoezo ons lichaam bestaat uit meerdere soorten vet?

Als je wil vermageren of je figuur wil corrigeren, is vet verliezen het eerste waar je aan denkt. Maar niet al het vet in ons lichaam is van kwade wil. Meer nog, een mens heeft vet nodig om te kunnen functioneren.

 

De verschillende soorten vet in ons lichaam

Je lichaam bevat twee soorten lipiden (vetten). Essentieel vet dat als bouwstof dient voor celmembranen, hersenweefsel, zenuwschachten en beenmerg dat vitale organen omgeeft (hart, nieren, lever). Daarnaast biedt essentieel vet nog isolatie, bescherming en opvang tegen lichamelijke beschadigingen.

De tweede soort vet in ons lichaam is voorraadvet (vetweefsel). Dat dient hoofdzakelijk als brandstofvoorraad voor de energieproductie in de cellen. Ongeveer 3% van het lichaamsgewicht van slanke mensen bestaat uit essentieel vet. Voorraadvet wordt opgeslagen in vetcellen.

Vrouwen hebben nog behoefte aan extra vet dat seksebepaald vet wordt genoemd. Dat is vooral opgeslagen in de borsten en rond de heupen. Dergelijk vet is betrokken bij de oestrogeenproductie en is noodzakelijk voor een gezonde hormoonbalans. Het vormt nog eens 5 à 9% van het lichaamsgewicht van een vrouw.

De gemiddelde vrouw met 25 tot 28% lichaamsvet heeft ongeveer 30 tot 40 duizend miljoen vetcellen, die elk ongeveer 45 microgram vet bevatten. Als je in gewicht toeneemt, kan elke vetcel zichzelf verdubbelen. Zonder vetten kan het lichaam niet goed functioneren. Maar teveel is schadelijk.

 

Bewegen om vet te verliezenvet

Als je gaat bewegen om voorraadvet te verliezen is de totale hoeveelheid kilocalorieën de bepalende factor, niet de intensiteit van de inspanning. Vet wordt gebruikt als energie tijdens alle aërobe activiteiten. Als je beweegt op een gemiddeld inspanningsniveau zoals wandelen, joggen, fietsen en zwemmen, komt een groot deel van de energie die we op dat moment verbruiken uit vet. In feite wordt bij een dergelijk matig inspanningsniveau vet gebruikt dat direct vanuit de vetvoorraad via het bloed naar de spieren wordt vervoerd. Pas als de inspanning groter wordt, zoals bij snelwandelen, hardlopen en snel fietsen gaan de spieren meer glycogeen (opgeslagen glucose in lever en spieren) en glucose uit het bloed gebruiken en minder vet.